59. Wedden dat...

De timing kon niet beter: net nu de voetbalpools beslist zijn en sommigen rijker, anderen armer, weer deelnemen aan het dagelijkse saaie leven kunnen we weer nieuwe pools in het leven roepen: is er een vierde neutrinodeeltje ontdekt, of blijkt het later een meetfoutje te zijn geweest? Voor mij spreekt hier tegen dat dit nieuwe, vierde!, neutrinodeeltje - zie Spookdeeltje biedt nieuw zicht op vroeg universum in Trouw van 13-7-2018 en meer info op quantamagazine.org van dezelfde datum - niet past in de natuurkundige theorie die een keurig overzichtje geeft van alle bouwstenen van leven en heelal, zoals de dames en heren fysici al geruime tijd zijn overeengekomen. En daar kan en wil toch niemand aan tornen, stel je voor, het einde zou zoek zijn! 

Maar het is wel een onweerstaanbaar idee dat we hier misschien te maken hebben met een - wat mij betreft, maar dat is op persoonlijke titel en niet ondersteund door enige theoretische kennis of experimentele bewijsvoering - geloofwaardiger alternatief voor de donkere massa die op dit moment problemen in de astrofysica moet rechtbreien. Een beetje gekunseld als je het mij vraagt.

Weer een nieuw deeltje ten tonele voeren om de laatste problemen mee weg te poetsen is weliswaar een in het verleden zeer succesvol gebleken methode, maar is het eigenlijk niet waarschijnlijker om aan te nemen dat we eerst meer inzicht moeten zien te krijgen in wat tijd is en doet bij relativistische snelheden en extreme dichtheden? Misschien wordt het rekenplaatje dan wel anders dan we nu hebben en wellicht beter passend bij de metingen waar we nu zo van afwijken? Of is toch dit nieuwe deeltje ons signaal om het standaardmodel (= een soort natuurkundig overzicht van elementaire bouwstenen, krachtdeeltjes en samengestelde deeltjes) een bescheiden make-over te geven? Ik houd doorgaans niet van gokken maar breek nu even met goede gewoontes: mijn geld gaat naar een vierde neutrino en alle problemen die dat gaat opleveren voor de volgende generatie fysici: zet ‘m op jongens!

Willemijn Reinsma

Docent natuurkunde en werktuigbouwkundig ingenieur

Liefhebber van lezen, schrijven, zingen en PD

 

willemijnr@me.com

 

www.willemijnr.nl

58. The plot thickens...

Waar uitgaven zijn moeten ook inkomsten zijn, want alles gaat failliet dat niet aan deze regel voldoet. Daarom hebben we lang geleden een overheid in het leven geroepen die opdraait voor kosten die niet gedekt kunnen worden door die uitgever, omdat er geen winstoogmerk is en/of omdat de opbrengst nu eenmaal niet in geld is uit te drukken.

Neem het onderwijs. Je kunt de kosten aanwijzen en je kunt daar zelfs in snijden. Maar je kunt niet een prijskaartje plakken op het resultaat: geschoolde en verantwoorde burgers die de samenleving van de toekomst draaiend moeten gaan houden. Dat maakt het voor mij onbegrijpelijk dat een basisschool in een dunbevolkt gebied van Nederland niet open kan blijven omdat er een minimum aantal leerlingen is onderschreden, zie Dat basisinkomen moet er komen in Trouw van 7-7-2018. Wie heeft dat aantal van 39 leerlingen als minimum voor een school tot landelijke norm verheven? Op blz. 6 staat linksonder “Het zou niet meer rendabel zijn, het aantal leerlingen was gewoon te klein.” Hoe is dit rendabel tot stand gekomen? 38 Leerlingen uit deze gebieden hebben kennelijk geen behoefte aan een ontwikkeling tot zelfstandige en capabele burger, maar 39 ineens wel? 38 Leerlingen hoeven niet zelf naar school te fietsen, mogen niet in hun dorp blijven wonen om dat te kunnen doen, maar 39 wel? Deze redenering valt in de categorie: ik ga vandaag niet het gras maaien want Rome is de hoofdstad van Italië. Als je dit met een lage stem enigszins langzaam uitspreekt en erbij kijkt alsof je de wijsheid van de eeuw vrijgeeft denkt er niemand meer verder zelfstandig over door, wat de VVD keer op keer weer buitengewoon succesvol bewijst.

Even terug was er gesuggereerd dat een parlementaire enquete vereist is om de ondoorzichtige financieringsstructuur van het PO (en pak die van het VO daar dan vooral bij, als we dan toch op zoek gaan naar misstanden…) op te helderen. Waarom is dat niet meer gebeurd? En hoe kan een middelbare school ten onder gaan aan het niet bestuurd worden door een bestuurder die EEN EURO onder de balkenendenorm zit en daarnaast ook nog bijbaantjes heeft waardoor hij nooit is toegekomen aan het inwerken en goed toezien, c.q. maatregelen nemen, op een school in grote problemen? En zijn diezelfde problemen niet de oorzaak van genoemde financiering? Want er waren daar alleen nog maar onervaren en grotendeels onbevoegde docenten in dienst die niet te horen kregen wat wel en niet nodig, verplicht danwel verboden is? Die zijn aangenomen omdat ze “zo lekker goedkoop zijn” want er is geen geld voor bevoegde en ervaren leraren als je eerst alle topbestuurders van de overkoepelende stichtingen moet betalen en er dus niet meer genoeg over blijft voor de middelen en de mankracht om het werk ook naar de wet uit te voeren?

Dat die verdwenen miljarden in de overkoepelende stichtingen moeten zijn verdwenen is vast ergens in de hogere Haagse regionen bekend. Maar wie gaat de klokkeluider worden? Wie heeft er nog wel een geweten? Wanneer komt er een controlesysteem op de financiering van de publieke zorgtaken? Iedereen weet dat als de mogelijkheid er is om geld weg te sluizen dat die ook wordt gegrepen (“als ik het niet doe doet een ander het wel…”) en dat onze onderwijsfinanciering zo lek als een mandje is. Wanneer gaan de mensen met de dikste salarissen het werk doen waar ze voor betaald worden? Wie gaat de huidige financieringsstructuur van ons onderwijs hervormen en daar een deugdelijk toezicht op regelen? En zullen we dan beginnen met een onderzoek naar hoe de geldstromen lopen? In een parlementaire enquete?

57. De voordelen van de nadelen

Het is de wereld op zijn kop: de Amerikaanse president Trump als redder van het klimaat! Wie heeft die zien aankomen? Want als Trumps beleid wordt doorgetrokken zoals hij nu is ingezet hebben we door een mondiale handelsoorlog een heleboel gevolgen. 

Als eerste de dumping van alle reeds verwerkte staal en aluminium (zie het artikel Staalsector blij, rest VS vreest ergste in Trouw van 2 juni 2018), waardoor we geen nieuw staal en aluminium meer hoeven te produceren: alles wat we al hebben zal worden gerecycled en wat er nu nog in de mijnen zit blijft daar ook. Verder zal de mondiale handelsoorlog die hierdoor ongeveer morgen gaat beginnen ervoor zorgen dat handel en industrie platgelegd gaan worden - behalve dan de wapenindustrie natuurlijk - waardoor we en masse ook weer minder grondstoffen verbruiken. Het toerisme ligt nu ook op zijn gat want reizen is voortaan levensgevaarlijk geworden. Dat legt de economie lam en verhindert de import van ziektes waar we door de te lage inentingsgraad toch al weer vatbaar voor zijn geworden, ziehier zowaar een positieve melding! Tenslotte komen uit oorlogen vele dodelijke slachtoffers voort, dat levert een reductie op van de schadelijkste diersoort op aarde: de mens. De behoefte aan energie zal gedecimeerd worden. Maar zal er ook nog iemand overblijven om daar blij om te zijn? Heeft Trump daar ook nog een scenario voor?

Ik heb horen zeggen dat Trump een buitengewoon intelligente man zou zijn. Zou hij dit allemaal vooraf hebben uitgebroed? Wat een meesterbrein! Hier kunnen al die series waar ik zo zwaar aan verslaafd ben geraakt nog een punt aan zuigen! Niets is zo gek als de waarheid, dat blijkt elke keer opnieuw. Ik vrees de dag dat die wijdverbreide verslaving aan series zal omslaan in een verslaving aan de werkelijkheid. Zullen we dan nog wel genoeg kranten hebben om alle mensen te informeren over wat er allemaal achter de schermen gebeurt? Ik voorzie een toename in de honger naar de echte verhalen, de werkelijke toedracht achter alle tweets en gekleurde berichtgeving. Laten we een wedstrijd uitschrijven: wie of wat gaat het medium worden dat antwoord geeft op alle vragen? Of hebben we dat allang? Het onderwijs zou het lezen van kranten vanaf de derde klas moeten invoeren: help met de analyse van diverse berichten op toon, inhoud, suggestie, perspectief, enz. Elke lesdag starten met een artikel! Wat voor wereld zou dat opleveren?

 

56. Dieet van taart met bier?

Ben ik even blij dat ik sterfelijk ben, als de toekomst ons het eenzijdige dieet zal brengen van voedsel en drank dat hoofdzakelijk wordt gemaakt uit een paar graansoorten en suiker! Al is het natuurlijk wel heel fijn om ’s nachts niet meer gewekt te worden door bloedirritante muggen, er geen vliegen meer in mijn drankjes lazeren als ik op een hete zomermiddag op een terrasje achter een zwaar overgezoet drankje zit en ik geen ‘last’ meer heb van rondkruipende kriebelbeestjes als ik een keer bij hoge uitzondering in het gras kom te zitten. En dat we insecten moeten gaan eten als vleesvervanger zag ik toch al niet zitten, maar dat gevaar is ook geweken; die zijn dan allang op! De toekomst wordt een walhalla, zou je denken. Maar de dreiging van een insectocalyps - sectie wetenschap in Trouw van 28 april 2018, de Verdieping blz. 14 - doet mij iets anders geloven: van mondiaal te weinig voedsel voor iedereen tot kolossale migratieproblemen en erger.

Om dit doemscenario tegen te gaan moet er drastisch en op (inter-?) nationaal niveau ingegrepen gaan worden, wat weer betekent dat er breed draagvlak onder de bevolking vereist is. Anders worden de politici die snappen dat er ingegrepen moet worden niet ge- of herkozen. Maar dan zou bevolkingsbreed de overtuiging moeten heersen dat we fruit en groente nodig hebben, terwijl dat juist voedsel is waarvan massaal wordt geroepen dat het niet lekker (want niet zoet genoeg of zelfs bitter) danwel veel te duur is. Natuurlijk, als ik net een zak drop heb leeggegeten hoef ik ook geen fruit of groenten meer, dat is na die suikeroverkill niet meer te vreten. En als je gewend bent om meerdere keren per dag, te beginnen met het ontbijt, je smaak volledig op te heffen met al die zoete vloeistoffen en snaai, dan ga je niet relatief duur fruit eten, dat smaakt dan gewoon verkeerd. En eerlijk is eerlijk; een banaan die al bruin wordt is weliswaar zoeter en dus nog prima te eten, maar zeg nou zelf: het oog wil toch ook wat? En een zak drop bederft niet. Ik ben bang dat een te grote groep mensen niet overtuigd is van het belang van groente en fruit op het dagelijkse menu. Die zal maatregelen om juist die gewassen bij voorbeeld te sparen niet steunen (gaan ze toch niet kopen en eten). Hebben wij momenteel politici die zich hier hard voor durven te maken? En moeten scholen niet nog meer gaan inzetten op voorlichting en verstrekking van goed voedsel, zodat leerlingen die dat thuis niet meekrijgen toch leren dat er een keus is en wat de gevolgen zijn? Want als we pakweg tweederde van de bevolking z’n zin geven eten en drinken we in de toekomst alleen nog maar producten uit granen en suiker, nog afgezien van de wereldwijde gevolgen van dit eenzijdige dieet.

Dit gaat verder dan de individuele keuze van “de” consument. En is dit niet ook waarvoor we in de EU zitten?

55. Na 20 jaar bezuiniging eindelijk 20 leerlingen per klas en 20 lesuren per fulltime week?

Het zal misschien als eenschok komen, dus ga even zitten voordat je verder leest, maar de onderwijsinspectie heeft nu ook geconstateerd dat het Nederlandse onderwijs de laatste twintig jaar in kwaliteit heeft afgenomen! Met uitzondering van vmbo- en mbo-leerlingen, die doen het steeds beter, maar toptalenten ontwikkelen zich nauwelijks meer en we hebben een tweedeling ontwikkeld: rijk wordt hoger opgeleid dan arm (die vermaledijde bijlessen?). Aldus  ‘Het Nederlandse onderwijs glijdt af: al 20 jaar daalt niveau, zegt inspectie’ op de link https://nos.nl/artikel/2226821-het-nederlandse-onderwijs-glijdt-af-al-20-jaar-daalt-niveau-zegt-inspectie.html, op woensdag 11 april 2018. De oplossing die gesuggereerd wordt….. (tromgeroffel) ……. "Wij verwachten van iederéén in het onderwijs de intrinsieke motivatie om ambitieus onderwijs te bieden.” Oftewel: jongens, houd nou toch eindelijk eens op met dat gelanterfanter en ga eens goed werk leveren!

Twintig jaar lang is er bezuinigd op onderwijs. We hebben de grootste klasgrootte van Europa, de meeste burnouts en we stoppen er het minste geld in, vergeleken met dat steeds maar beter presterende buitenland. En als er een beroepsgroep is die nu juist NIET werkt voor het geld dan is het wel een willekeurig personeelslid uit het onderwijs, nota bene.

Wanneer gaan de dames en heren in de inspectie, de vakbonden en de minister met staatssecretaris zich eindelijk eens realiseren dat je krijgt waarvoor je jarenlang hebt betaald en dat als dit je niet bevalt je het beter moet regelen - namelijk maximale klasgroottes van 20 leerlingen en maximaal 20 lesuren van 60 minuten voor een fulltime werkweek - en dat dat wel iets meer kost dan je er nu in wenst te steken? Wanneer gaat dit besef eindelijk eens doordringen? In hoeveel talen moet dit nog uitgespeld worden? Waarom wil dit er bij de dames en heren beslissers achter de portemonnee niet in? Het is niet moeilijk, dus waarom lukt het maar niet om dit in te zien en er adequaat actie op te ondernemen? Wat willen we nou? Een volle portemonnee of goed onderwijs? Kiezen of delen.

54. Dat is nog eens eerlijk!

“Wil je meer individuele invloed op politieke beslissingen?” Tjonge, ben benieuwd wat mensen daar op zullen antwoorden. Ben je voor of tegen de EU? Wat moet je daar nou op zeggen? In een referendum, stel dat we die over deze vraag zouden houden, is iedereen voor de doelstellingen die de EU heeft (veiligheid, gelijke rechten, economische voordelen…) maar gaat het gebakkelei over hoe dat bereikt moet worden en of dat met een EU-constructie afdoende mogelijk is. Echter, genuanceerd antwoorden is bij referenda niet mogelijk en antwoorden zonder onduidelijkheid ook niet. Ik mis in referendumvragen een kernvraag waar je ja of nee op moet zeggen en die maar op een manier te interpreteren is. Tel daar bij op dat de politiek zich niets van het resultaat hoeft aan te trekken - gelukkig maar, dat zou wat worden - en we hebben weer een interessant gedoe’tje dat mensen weer even van de straat houdt. Een soort nationale bezigheidstherapie, zeg maar.

Daarom denk ik dat Nederland zwaar behoefte heeft aan een opvolger van het binnenkort gedecimeerde Facebook - ik ben er ook al af! - waar ideeën uit de samenleving kunnen worden geplaatst, MAAR…: die publiek is in te zien en te vullen, met een dik filter op discriminerende, tot geweld aanzettende of schofferende uitlatingen en met punten die kort en duidelijk zijn. Dan blijft er nog meer dan genoeg ruimte over om het stevig met elkaar oneens te zijn, wat dan weer kan worden geuit - heel belangrijk, dit moet niet broeien! - op een soort digitaal platform met wederom dezelfde stevige filters op niet-respectvolle omgangsvormen. Is ook goed voor de werkgelegenheid, want er zullen heel wat mensen nodig zijn om de resultaten van de filters te controleren en zonodig bij te sturen.

Zullen we hier een referendum over houden? En dan eerst even eentje over de vraagstelling?

53. Werkelijkheid = redenering = wereldvreemd

In Lex Oomkes column in Trouw van 14 maart 2018, De populist en de wereldvreemde, meen ik te lezen dat ING helemaal niet gered zou hoeven worden als die dreigt om te vallen en dat dat ook nooit eerder gebeurd zou zijn: gaat hij er hier van uit dat iedereen in krant lezend Nederland het geheugen van een goudvis heeft? Dat eigenlijk alles wat Jesse Klaver in een eerder interview heeft gezegd klinkklare onzin zou zijn. Hoe de heer Oomkes deze column heeft geschreven vind ik een werkelijk schitterende illustratie van hoe je feitelijke en logische argumenten totaal om zeep kunt helpen door een formulering en toon die suggereren dat het allemaal maar belachelijk is wat iemand zei. Iedereen die wel deze column maar niet dat interview heeft gelezen zal een zwaar gemankeerde beeldvorming opdoen die strijdig is met dingen die gewoon gebeurd, gezegd en logisch zijn.

Nu ga ik even speculeren: zijn Klavers argumenten tijdens de formatieonderhandelingen ook op deze manier weggewuifd, op zo’n toon van “jochie, hoe kom je daar nou toch bij?”. Deze vorm van liegen - zaken bagatelliseren of afdoen als onwaar en vervolgens door middel van neerbuigende toon en houding verdere repliek afkappen - is een ‘gesprekstechniek’ die mij in het verleden ook menigmaal parten heeft gespeeld. In totaal andere context, maar toch weer eeuwig hetzelfde liedje. Alsof je tegen dovemansoren praat zodra er feiten en logische redeneringen op tafel komen.

Misschien kunnen vrouwen, etnische minderheden en anderen die met zakelijke argumenten niet in de eigenlijk zeer geschikte baan terecht komen deze column gebruiken om een “tegengif” te ontwikkelen wanneer zij met dit soort gesprekstechnieken weer eens van het kastje naar de muur worden gestuurd. Kunnen we eindelijk ook dat glazen plafond (nee hoor, stil maar, dat bestaat immers niet…) gaan neersabelen. En als het Klaver op korte termijn lukt om deze ‘gesprekstechnieken’ te pareren hebben we misschien, ein-de-lijk, een vruchtbaarder politiek alternatief dan Rutte met zijn Buma en die PVV-achtige afsplitsingen.

Politieke keuzevrijheid! Pfff.

 

52. Efficiëntie is de oplossing. Voor alles!

Door de krant te lezen blijf ik me verbazen; met een beetje mazzel kun je op dezelfde dag lezen over overbevolkingsproblemen tegenover mensen die levensmoe zijn, over werkloosheid en personeel vervangen door robots of, ook zo’n mooie, in de zorg te horen krijgen dat als je je ziek meldt dat dat voor je collega’s de werkdruk verhoogt! En dat heeft resultaat: er wordt na zo’n peptalk minder ziekgemeld, hoera. Zie het artikel De zieke zorg heeft behoefte aan een fluwelen handschoen in Trouw van 21-2-2018. Op de korte termijn is met morele chantage de werkdruk van de toch al overbelaste collega’s net onder het breekpunt gehouden en straks, als de nieuwe leiders aantreden, vallen hele groepen uit met inmiddels langduriger en ernstiger ziektes - verkoudheidje wordt longontsteking en oververmoeidheid wordt burn-out - omdat ze te lang zijn doorgegaan. Gefeliciteerd hoor, dit is Nederland op zijn best.

Ook over Neerlands paradepaardje maken werkgevers zich terecht zorgen. De vraag waarmee geworsteld wordt is: hoe maken we het onderwijs nog goedkoper, met nog meer kinderen op een hoger diploma (maar alleen degenen die onder gemiddeld vwo zitten, he! De slimmere kinderen krijgen geen passend onderwijs want we hebben geen flauw benul hoe we dat moeten doen en er zijn zelfs scholen die het hele bestaan van het probleem totaal ontkennen. Struisvogelpolitiek als oplossing voor alles wat moeilijk is vind ik zelf ook erg fijn. Maar mijn invloed is marginaal, terwijl werkgevers kunnen maken en breken, waarbij dus tegenwoordig de nadruk ligt op breken.

Kijk naar het onderwijs en je ziet dat ervaren werknemers het leven zuur wordt gemaakt door te weinig voorbereidingstijd bovenop extra bewerkelijke klassen, dus dubbel tekort! Er moeten namelijk meerdere niveaus in een groep gezet worden: de brede brugklas, zuiver en alleen om de ouders tevreden te houden maar officieel heet het dat de zwakkere kinderen uit achtergebleven milieus dan dezelfde kansen zouden krijgen als de kinderen van hoog opgeleide ouders. Waarbij mijn ervaring indertijd was dat tachtig tot negentig procent van de klas op het laagste niveau blijkt te zitten en daar ook het diploma in gaat halen. Het idee is dat de slimmere kinderen de zwakkeren  naar hun niveau tillen, maar dat lukt niet, om twee redenen. Ten eerste zijn ze in de minderheid en hebben daardoor te weinig invloed. Maar belangrijker is misschien nog wel dat docenten hun lessen afstemmen op het gemiddelde van de groep omdat je anders geen aansluiting hebt met je leerlingen. Dat is een harde voorwaarde om effectief les te kunnen geven. Maar de sterkere leerling is daar de dupe van, want die krijgt onder zijn niveau les en gaat indutten, waarbij leren leren ook al niet wordt ontwikkeld en elke motivatie uiteindelijk verdwijnt.

Dit speelt al jaren, maar deze situatie blijft in de bestaande status quo hangen omdat onderwijs wordt gezien als een product met leerlingen als klanten en het bereiken van willekeurig hoge diploma’s volstrekt maakbaar zou zijn en leidend is bij de toekenning van gelden en de manier waarop die gelden worden verstrekt. Eigenlijk is het probleem dus dat de beslissers over de manier waarop onderwijs is georganiseerd en gefinancierd moet worden bij mensen ligt die denken in termen van opbrengsten en efficiency; ze zitten op de verkeerde plek.

Ik zie niet meer gebeuren dat dat nog verandert, niet in mijn werkende leven. Daarom heb ik een fijne oplossing bedacht die het onderwijs naar marketingideologie “verbetert” en “nog efficiënter maakt” en het lerarentkort “oplost”, want If you can’t beat them join them! Ik zeg: voortaan alleen nog robots voor de klas. Die zijn ook iets makkelijker te programmeren en ze klagen niet. Het is zelfs noodzakelijk, want jonge beginners bezwijken onder de werkdruk en discrepantie tussen wat opleiders je leren en waar je leidinggevende je, letterlijk, op afrekent, als je toevallig bij de verkeerde school bent geland. Ervaren docenten nemen ontslag wegens (voortijdige) pensionering, te weinig doorgroeimogelijkheden en de cumulatieve verzwaring van het werk door steeds nieuwe aanvullende taken die de overheid aan scholen oplegt. De herintreder, tenslotte, raken we net zo snel weer kwijt als we die wonnen omdat die als flexwerker nergens meer langer dan twee jaar kan blijven (die is een collectief bezit van alle scholen geworden, maar dan wel zonder rechten) en ondertussen leeggezogen wordt omdat je moet blijven investeren alsof je er wel vast aangenomen gaat worden. En die kwam mede vanwege de ontslagbescherming, die de onderwijswerkgever vroeger zo aantrekkelijk maakte! Dus: gaan we door op dit spoor en zeggen we: leve de robots?

51. Dualiteit, pluraliteit. Een ding tegelijk, graag!

Toen ik voor het eerst kennis nam van het tweespletenexperiment - dat voor het eerst in de menselijke geschiedenis het golfkarakter van materie aantoont - was ik compleet van mijn stuk. En in de ontkenning; een niet ongebruikelijke eerste reactie op deze manifestatie van onze natuur om meer te zijn dan alleen maar de newtoniaanse natuurkunde met zijn biljartballen en keurig vastgelegde plaats en snelheid. We, ik generaliseer voor het gemak even voor alle mensen in alle culturen door alle eeuwen heen, houden van duidelijkheid en overzichtelijkheid, van: of het een, of het ander, maar niet allebei en al helemaal niet tegelijk.

In de kunst blijkt dat nu ook, getuige de hevige discussie in Trouw de afgelopen dagen over de waarde van het kunstwerk wanneer de maker in moreel diskrediet is beland. “Maar hij maakte zulke mooie schilderijen/gedichten/standbeelden/…” Met andere woorden: prachtige kunst moet kennelijk alleen gemaakt kunnen worden door een prachtige geest, met prachtig volgens de huidige inzichten. Onze subjectieve morele waarden, want door de eeuwen bepaald niet constant, zijn gekoppeld aan een min of meer ‘objectieve’ kunst. Wanneer iets eenmaal officieel is uitgeroepen tot mooi blijft het dat vervolgens, dat leren we elkaar en de volgende generatie. Dat een kunstenaar meer is dan alleen zijn talent om iets te maken dat wij tot kunst wensen te verheffen kunnen we niet vatten. Wie heeft er ooit als eerste beweerd dat dit zo moet zijn? Waarom zijn we hier met z’n allen zo verbaast over? 

Want de volgende vraag dringt zich nu ook op: zou motivatie van de Nederlandse leerling, die volgens Leren hoeft niet leuk te zijn door Mirjam Remie en Carlijn Vis in NRC van 8 februari j.l., niet afhankelijk zijn van meerdere factoren? Eigenlijk wel logisch, dat er natuurlijk een veilige, optimistische sfeer in de klas moet heersen om tot vragen stellen en leren te kunnen en durven komen. En dat het uitmaakt of je droog de feiten opgedreund krijgt of dat er een verhaaltje omheen zit, al dan niet met plaatjes of een muziekje. En dat er uiteraard balans moet zijn in de moeilijkheidsgraad versus wat een individuele leerling aankan. Maar waarom is de boventoon “of” in plaats van “en”? Waarom kunnen we niet bevatten dat alle ingrediënten in een bepaalde vorm vertegenwoordigd moeten zijn?

Waarbij ik zelf denk dat je alle factoren op positief kunt hebben en dan toch nog demotivatie krijgt omdat we zo verschrikkelijk veel controle in onze lessen hebben ingeweven dat er hoegenaamd geen plaats meer over is voor motivatie bij de leerling. Wanneer je het gevoel krijgt dat alles van je is overgenomen en jij alleen nog het laatste onderdeeltje mag oppakken (“Krijg dit in je hoofd!”) ga je je toch net een robot voelen? En wie wil dat? Dat motiveert toch niet?

50. Kijken of niet kijken, dat is de vraag!

Wanneer ik als leek eis om analyses in te zien over een willekeurig ongeluk in een kerncentrale moet ik direct mijn zin krijgen. Anno 2018 hebben we immers overal recht op zodra we dat roepen. En dan kijk ik, zoals ik ook de krant pleeg te lezen, eerst globaal de teksten door, beslis dan wat ik eerst ga lezen en ontdek een dag later dat ik niet aan alles zal toekomen, zelfs niet aan alle stukken van mijn keuze. Zo is het ook bij dat rapport in zekere zin willekeurig wat ik als eerste (of laatste) onder ogen krijg. En dat vormt mijn mening, die ik uiteindelijk ook zal meenemen naar de stembus. Met mijn onvolledige informatiewinning en mijn individuele (on-) vermogens om een willekeurige analyse op zijn merites te beoordelen (Klopt de gebruikte statistiek? Is er nog aan andere mogelijke fouten gedacht? Zijn de juiste mensen wel gehoord? enz.) trek ik wel degelijk mijn conclusies, al dan niet bewust. En nu gaat het over de gevolgen daarvan bij een stembusgang die slechts eens in de vier jaar wordt gehouden en bovendien flink wordt verwaterd door al die miljoenen andere willekeurig gevormde meningen.

Maar wat nou als ik mijn medische testresultaten op elk willekeurig moment mag inkijken? In Laat patiënt zelf kiezen bij inzage dossier in Trouw van 2-2-2018 wordt er voor gepleit dat de patiënt ook zijn resultaten mag inzien voordat die zijn bestudeerd, gepeerreviewd en beconcludeerd door een groep artsen van uiteenlopende expertise met een jarenlange ervaring in analyseren en vergelijken van medische testen en plaatjes. Natuurlijk, soms kan er een slot op bij uitslagen die beter niet meteen ingezien kunnen worden. Maar dan zie ik die stagiaire al voor me die nog niet goed in het invoersysteem is ingewerkt maar al wel de invoer alleen doet (voor toezicht zoals bij nieuwe kassamedewerkers bij de Albert Hein is tijd noch geld beschikbaar; over personeelstekorten in de zorg wordt zeer frequent bericht) en daarbij vergeet om aan te vinken dat het nog niet extern geopend mag worden. Mensen zullen, net als ik, hun conclusies trekken, maar dan zonder de vereiste medische achtergrond. Gevolgen, de ernst ervan, verschillende mogelijkheden die er nu al dan niet zijn, dat moet op zo’n moment van openbaring toch ook meteen besproken kunnen worden. Eigenlijk wordt de patiëntenzorg inclusief medisch consult verlegd naar de patiënt die zelf maar uitzoekt of hij alleen of met zelf uitgeroepen “expertise” (buurvrouw, broer die tandarts is - ook medisch dus vast goed ook al gaat nu over witte bloedlichaampjes - of een collega van kantoor) zijn eigen medische situatie gaat beoordelen en daar vervolgens actie op neemt.

Dit klinkt alsof de schrijver van dit advies een bestuurder is, iemand met een bedrijfsachtergrond, of nog beter: marketing!, dus een manager die van het product geen kaas heeft gegeten maar wel voor een hoog salaris zijn lekenmening geeft. En zijn idee spaart weer geld uit! Wat knap.

Maar nee, het zijn twee bestuurders van patiëntenfederaties. Zijn die zelf patiënt geweest? Hebben zij misschien teleurstellende ervaringen met lang wachten op uitslagen of de conclusies die voor hen werden getrokken? Waarom wordt hier geprobeerd om de expertise van een specialistische beroepsgroep naar wens buiten spel te kunnen zetten? Wat gebeurt hier toch?

Daar zit vast meer achter.

49. Docent of toch onderzoeker? Moeilijk...

Afgelopen week kwam eindelijk de waarheid over windenergie onverbloemd en onbeschaamd in Trouw aan het licht. Wat bleek? Nadat vooral dat rendement van windmolens altijd veel te laag was - tegen dat je met zo’n molen zijn kosten hebt terugverdiend is het ding alweer toe aan vervanging (oké, inmiddels: bijna toe aan vervanging) - mag nu kennelijk ook breder bekend worden dat onze onvolprezen windmolen gemaakt wordt van materialen die ook met mijnbouw gewonnen moeten worden en die, dat vooral, schaars zijn. Was het een jaar of tien geleden dat Natuur, Wetenschap & Techniek met een overzichtsartikel kwam over de technologische stand van zaken betreffende manieren waarop duurzaam energie gewonnen kan worden? Daar werd onder andere in vermeld dat de bouwstoffen van apparaten die duurzaam energie opwekken op de korte termijn (decennia misschien al) het grote knelpunt gaan worden, na de concurrentie op prijs met fossiele brandstoffen, en dat gold zeker ook voor die windmolen. Er zullen inmiddels, zo veel jaren na dato, toch wel enige vervangers voor die kostbare materialen gevonden zijn? Als dat gebeurt lijkt mij dat groot nieuws, maar als die al zijn gevonden heeft de media daar hooguit zeer bescheiden ruchtbaarheid aan gegeven. Terwijl de ontdekking van vervangende stoffen voor deze kostbare materialen toch typisch zoiets is dat iedereen aangaat, dunkt mij. Dan mag de vlag uit en iedereen een dag vrij om het te vieren!

Maar vermoedelijk zijn die er (nog) niet. Wat we nu dringend nodig hebben is meer genialiteit en inventiviteit om vervangende materialen te fabriceren die niet de aarde uitputten. Dat is toch een prachtig gericht doel om voor op te leiden; daar kunnen we ons onderwijs best op inrichten als we weer die vraag krijgen: wat moeten onze huidige leerlingen straks kunnen en in wat voor soort werk zullen ze later terecht gaan komen? Als je nu al weet waar straks tekorten en knelpunten liggen dan kan je daar, volgens mij, iets mee doen. En gebruik dan dat geld voor dat stompzinnige lerarenregister om daar zinvol onderwijs voor te creëren. Voor dat “trots op mijn vak”-argument hoeft dat register niet, hoor. Als je als docent die trots niet voelt kan je misschien beter advocaat worden. En begin dan gelijk een proces tegen het ministerie van onderwijs over onverantwoorde verspilling van gelden aan registers terwijl we meer hoger opgeleide docenten nodig hebben, in plaats van ze weg te jagen met een nog dwingender registratie- en controle-orgaan dat ook de laatste lol in het vak bij de oudgedienden er echt wel uit weet te rammen. Moet je die ook weer gaan vervangen.

Wat we echter vooral dringend nodig hebben is meer fysici om energie rendabel uit quarkfusie te halen (New Scientist, februari 2018, blz. 15). Acht keer zoveel energie als de waterstofbom en geen kans op bomvormerij wegens afwezigheid van kettingreacties. Prachtig! Misschien kunnen de huidige natuurkundedocenten die straks door dat register een nieuw beroep willen of nodig hebben wel een mooi onderzoeksteam opstarten om de toekomst van onze bloedjes hier op aarde veilig te stellen. Doen we het lekker zelf. Ha!

48. Daarom beta-onderwijs

Context bepaalt betekenis

Als iemand vraagt: “Wat is in vredesnaam het nut van al dat beta-onderwijs?” dan kunnen we voortaan rustig verwijzen naar het artikel Trump kan kolensector niet redden in Trouw van 10 januari j.l. Uit dit artikel blijkt dat Trump het verschil niet begrijpt tussen ‘regels die werknemers beschermen tegen gezondheidsrisico’s, met alle extra medische kosten die je in de nasleep krijgt’ en ‘… een overdaad aan regels die een last zijn voor de steenkolenindustrie’. Die regels zijn er om talloze redenen, waaronder niet die van die zielige arme werkgevers pesten met extra kosten. Deze Trump zei ooit ook dat hij de oplossing tegen klimaatopwarming had bedacht: voortaan met alle ramen dicht je haarlak opspuiten. En dan nog eentje, om het af te leren; “Er ligt sneeuw voor mijn raam, dat bewijst dat we helemaal niet aan klimaatopwarming lijden”, sterker nog: “Werd het klimaat maar warmer!”. Je wil toch zeker wel een leider des lands die zich laat informeren door deskundigen en voldoende gezond verstand plus ethisch besef heeft om beslissingen te nemen die meer om het lijf hebben dan de korte termijnbelangen van de hedendaagse fossiele energiesector? Een grapje is leuk, maar hij bedoelt het niet grappig. En dan wordt het een probleem, ook - of zelfs juist - voor onze kinderen.

Natuurlijk is niets moeilijker dan de toekomst voorspellen, helemaal als zoiets als het buitengewoon gecompliceerde klimaat daar ook nog een rol in speelt, maar daarom moeten wij, gezien de enorme wereldproblematiek die nu op ons af dendert, politici kiezen die begrijpen met wat voor kost ze hier te maken hebben en in staat zijn om het eigen ego en de korte termijnbelangen in perspectief te plaatsen met de langere termijn. Die politicus moet bereid zijn om verschillende invalshoeken te wegen, enigszins in staat zijn de natuurwetenschappelijke argumenten te begrijpen en mondig genoeg zijn om zich te verantwoorden naar zijn achterban indien zijn beslissing lijkt te draaien ten opzichte van de beloftes voorafgaand aan de formatie. Zijn uiteindelijke doel is immers niet veranderd, alleen de weg er naar toe, dat is toch uit te leggen?

Een politicus wil, volgens mij, de autoriteit hebben die hem als landsbestuurder toe komt. Moet hij dan niet ook, op zijn beurt, de autoriteit van de verschillende wetenschappelijke disciplines respecteren en meewegen in het hele verhaal? We willen toch zeker geen Nederlandse “trumpianen” in ons politiek bestel hebben?

47. Tijdloos onverbeterlijk

Op 6 januari 2018 zegt de boekenschrijver Wieslaw Mysliwski in een interview met hem in Trouw (Letter & Geest): “Wij leven allemaal in het verleden. Er is geen andere tijd. Tegenwoordige tijd en toekomende tijd zijn grammaticale tijden. De reële tijd is enkel de verleden tijd. Alles wat wij nu zeggen behoort al tot het verleden, nietwaar.” Intrigerend.

Ik dacht altijd dat alleen het heden bestond, en ook dat iedereen daar zo over dacht. Maar het wringt hier, denk ik, in waar we de grens tussen heden en verleden leggen en die voor iedereen weer net even anders zal zijn. In ieder geval voor de heer Mysliwski en mij. Ik beschouwde het heden gewoonlijk als het oneindig kort durende maar wel steeds opschuivende moment waarin je je leven leidt, waarin de gebeurtenissen plaats vinden. Dat moment schuift op met de snelheid die door onze aarde wordt gedicteerd, omdat onze biologie indirect wordt beïnvloed door de bewegingen van aarde, maan en zon. Wij kijken naar de toekomst door een buitengewoon persoonlijke bril die in ons verleden is gevormd, maar we oordelen en beslissen nu.

In de natuurkunde blijkt tijd ook lastig te definiëren. Daar blijkt dat die gelinkt is aan ruimte, zoals Einstein volledig theoretisch wist af te leiden. De twee beïnvloeden elkaar en zijn niet los van elkaar te zien. De schaal van ons dagelijks leven is te groot om dat persoonlijk te ervaren, dat maakt het ook lastig uit te leggen aan wie er nog niet mee vertrouwd is, maar het is een gegeven waar we - en de hedendaagse technologie, denk bij voorbeeld aan gps - niet meer omheen kunnen. Het is mijn persoonlijke overtuiging dat natuurkundige verschijnselen en wetten die we in extreem grote en kleine dimensies zijn ontmaskerd moeten doorwerken in ons dagelijks bestaan op onze ervaringsschaal. Zolang we daar geen metingen aan kunnen doen mag je het niet tot de natuurkunde rekenen, daarom is mijn tweede grote liefde, na natuurkunde, de filosofie; daar kun je tenminste ongehinderd redeneren en theoretiseren, buiten de box denken en totaal onconventionele of juist verketterde theorieën aanhangen of nieuwe bedenken. Bijkomend voordeel daarvan is, voor docenten althans, dat je vragen van leerlingen beter kunt begrijpen - soms weten ze zich nog onvoldoende uit te drukken om hun bedoeling duidelijk te maken en soms brengen ze je op een nieuw gedachtespoor dat beslist de moeite waard is om op door te filosoferen - zodat je ze het antwoord kunt geven dat ze nodig hebben om verder te kunnen. Het is ten minste mijn ervaring dat je soms eerst over een bepaalde begripshobbel - een misconceptie of een feit/begrip dat zich verkeerd in je hoofd heeft genesteld - heen moet voor je verder kunt. Valt een bepaald kwartje ineens, dan kunnen andere kwartjes als dominosteentjes mee omgaan.

Mijn voornemen voor 2018 is meer schrijven over natuurkunde, en dan met name in relatie tot het nu, waarbij we zullen zien of dat voornemen februari zal halen danwel in januari al strandt, zoals  mijn voornemens tot nu toe altijd hebben gedaan. Maar ja, je bent onverbeterlijk of je bent het niet.

Gelukkig nieuwjaar!

46. Overregulering omgangsvormen; goed of fout?

Mijn reeds lang geleden overleden opa is indertijd als weduwnaar hertrouwd. Het gebeurt, en nog steeds! Maar… zijn nieuwe vrouw was zijn secretaresse! Hier is geflirt op de werkvloer. En ging dat niet te ver? Zou ze zich niet “gedwongen” hebben gevoeld om ja te zeggen? Wat een onzin! Zij was mans genoeg om duidelijk te maken waar de grens lag als hij die zou hebben overschreden. Bovendien: veel mannen vallen juist op vrouwen die hen een halt kunnen toeroepen, die hen een spiegel voorhouden en die eerlijk zijn over wat ze vinden en willen. We doen veel mannen onrecht die flirten zonder bijbedoelingen, maar ook veel vrouwen die flirten als niet meer zien dan een positieve manier om, bij voorbeeld, een dag met sleur door te komen? Vooral bij kantoorbanen, waar je elke dag hetzelfde doet, tussen dezelfde mensen! Of als je net in een dip in je relatie zit en iemand van je werk geeft je ietwat flirterig aandacht, dan voel je je toch even wat minder neerslachtig? En of dat dan de onderste of de bovenste man/vrouw uit de pikorde is doet er op dat moment niet toe, want het gaat om die van-mens-tot-mens-interactie. De meeste flirterijtjes zijn volgens mij onschuldig van aard en dienen hooguit als smeerolie in de omgangsvormen, dat is ook in onderzoeken aangetoond die ik lang geleden heb gelezen en daarom niet meer kan achterhalen. Of het valide en correct opgezette studies waren, al dan niet volgens de toen of nu heersende richtlijnen, valt niet meer uit te maken, maar ik weet dat het een onderwerp van studie was en is; het fenomeen bestaat!

Volgens mij halen we in het publieke debat hierover twee dingen door elkaar. Enerzijds is er, helaas, ook die leidinggevende die zijn machtspositie misbruikt om seks te krijgen die hij anders nooit had ontvangen, anderzijds is er het feit dat mensen die veel in elkaars buurt verkeren tot elkaar aangetrokken kunnen raken en dat in de kleinste dingen kunnen verraden. En stel dat we heel rigide gaan zorgen dat elke interactie voortaan alleen nog maar strikt zakelijk mag zijn op straffe van aan schandpalen genageld worden, enzo, dan kunnen veel potentiële koppeltjes niet meer gevormd worden! En dat druist vierkant tegen mijn romantische inborst in. Dan vinden twee mensen elkaar op de werkvloer, in de sportclub of in de kroeg, maar mogen ze vooral niet laten merken dat er aantrekkingskracht is. Je zou zomaar op #metoo kunnen belanden terwijl het net zo goed wederzijds had kunnen zijn.

Ik hoop dat we meedogenloos streng gaan/blijven optreden tegen machtsmisbruik in elke vorm, maar dat we niet de dagelijkse omgangsvormen steriliseren tot een geestdodend en saai, want hypercorrect, gebeuren. Waar moet je dan ’s morgens nog je bed voor uitkomen?

In de klas heb je als docent te maken met pubers, die druk bezig zijn om hun seksualiteit en bijbehorende waarden en normen daarover te vormen. Ik merk dat er, tussen al het natuurkundegeweld dat mijn lessen grotendeels beheerst, ook wordt gepolst hoe ik over seksualiteit en daaraan gerelateerde onderwerpen denk. Dat blijkt uit opmerkingen en incidentjes die in de klas plaats vinden en waar mijn reactie daarop nauwlettend wordt bestudeerd en geanalyseerd. Vooral op mijn non-verbale reacties zijn ze zeer gespitst! Logisch, woorden kunnen oprecht zijn, maar ook politiek correct, terwijl jouw kleine onbewuste reacties verklappen wat je werkelijk vindt (volgens hen, ze zitten er ook wel eens naast). Neem die opdringerige viagrareklame die op bepaalde websites naar voren springt wanneer je websites probeert te openen waarop leerlingen mij iets willen laten zien (zoals hun vorige natuurkundedocent in een muziekband, bij voorbeeld; “Kent u die?”) Ga ik van die reclame blozen, wordt ik gehaast, verlies ik mijn controle, begin ik stom te grijnzen, wat…? Niemand let op die reclame, alle ogen zijn op mij gericht. Handig dat je dan maar een korte, licht geïrriteerde frons hoeft in te zetten om alle potentiële onrust in de kiem te smoren. Nou alleen nog die reclame zien weg te krijgen.

45. Goedheiligman hoezo?

Kadootje of smartengeld?

Sinterklaas, die gulle gever met zijn zak vol cadeautjes, is behalve een goede oude lobbes ook niet ongevaarlijk. Want als je stout bent geweest moet je in diezelfde, nu lege, zak mee naar Spanje! Om daar als blank kindslaafje te werk gesteld te worden en wat er verder nog aan narigheid gebeurt daar; daar wordt betekenisvol over gezwegen. Dat is te erg om hardop te zeggen, laat je eigen fantasie dat maar invullen! Toch heb ik daar nooit iemand over horen klagen. Wat jammer dat we, als klaagvolkje, een prachtkans hebben laten lopen om ons weer slachtoffer te voelen.

Kinderen echter hebben, in ieder geval toen ik nog klein was, wel degelijk de, weliswaar gekscherend gebrachte, waarschuwing gehad om je netjes te gedragen want anders…, maar in de fase waar je deze onzin in je hoofd geschoven krijgt zit er voor jou als kind wel degelijk nog een kern van waarheid in. Niet alleen moet je als kind geloven dat Sinterklaas bestaat, maar ook dat je even een paar weken serieus risico loopt meegenomen te worden omdat alles wat jij het afgelopen jaar hebt uitgevroten staat opgetekend in dat enorme, dikke boek! En jij weet niet wat hij allemaal weet, dus reflecterend het afgelopen jaar evalueren is nu aan de orde. Op zeker moment wordt het iedereen duidelijk dat het hele sinterklaasgedoe maar een fabeltje is. Sommige kinderen blijken diep getraumatiseerd door de leugen die collectief is opgedist - want iedereen doet mee; thuis, school, de zwemles, de opvang, de buren, de sportclub, echt iedereen - en voelen soms zelfs rouw over het verlies van hun held, maar toch zijn er nooit aanklagen ingediend. Wie had dat moeten doen? En bij wie dan?

Ik! Bij de overheid! En ik doe dat met terugwerkende kracht, namens mijn en de huidige generatie met mentaal door de hele gemeenschap collectief gemartelde kindertjes en leg een claim neer bij de overheid. Als smartengeld voor het generaties lang aangebrachte leed stel ik voor dat de 1,4 miljard die nu naar de dividentbelastingkwijtschelding gaat naar het onderwijs wordt gedirigeerd zodat onze huidige generatie scholieren beter onderwijs kan krijgen doordat er nu ineens wel weer geld is om eerstegraders op eerstegraads klassen te zetten en ze er ook voor te betalen! Grappig dat die eeuwige discussie over doorleren in het onderwijs nooit meer leidt tot salarisverhoging wegens meer skills! Grappig ook dat we wel geld willen weggooien aan het opzetten van een tot mislukken gedoemd lerarenregister, dat alleen goed is voor meer controle, inperking van de autonomie en geloofwaardigheid van de docent, een verhoging van de administratiewerkdruk en een aanjager is van leren om het leren zonder dat er gekeken wordt wat iedereen daar wijzer van wordt. Laten we vandaag nog alle gelden richting dat onzinregister stopzetten en inzetten waar het nodig is: in de scholen en als resultaat voor passende lokalen, passende salarissen ook voor eerstegraders en kleine klassen.

Zo mooi, dat al dat leed ook nog tot iets goeds kan leiden! Even een traantje wegpinken.

44. Macht

Begin jaren negentig was de studie werktuigbouwkunde op de toenmalige HTS voornamelijk bevolkt door vers van de havo afkomstige jongens; vier op de 120 studenten was vrouwelijk. We werden zorgvuldig over de klassen verspreid en daar was ik blij mee. Tegenwoordig moeten meisjes in door jongens gedomineerde omgevingen bij elkaar gezet worden, want anders is het zo zielig voor ze en kunnen ze geen aansluiting krijgen. Voor sommigen zal dat waar zijn, maar ik was blij met die regeling waar ik destijds in viel. Toen ik met die opleiding begon was ik ongeveer vijf jaar ouder dan mijn klasgenoten - ik trok ook gelijk naar de jongens die, net als ik, eerst een andere studie hadden gedaan en ouder waren dan de rest - en had ik al meer scholing gehad dan de meesten. Dat gaf mij een voorsprong die mij in staat stelde om om de grappen en grollen van mijn klasgenoten te lachen, meestal openlijk en redelijk luid. Als ik daar aan terug denk hadden zij vermoedelijk eerder last van mijn aanwezigheid dan ik van de hunne, omdat ik overal de komische noot van inzag en zij zich een beetje uitgelachen moeten hebben gevoeld. Wat ook weer niet mijn bedoeling was. Maar als je jong bent maak je fouten, en dat doe ik trouwens nog steeds.

Mijn studietijd was leuk, vrolijk en zonder nare incidenten zoals die die nu in de media rondrazen: geen seksuele intimidatie, onderdrukking of discriminatie. Sterker nog: het viel me op dat een vrouwelijk jaargenootje van mij, een prachtig Marokkaans meisje, tenger, verlegen en beeldschoon, door al die jongens werd beschermd en gekoesterd. Zaten ze in mijn aanwezigheid ongegeneerd al dan niet seksuele en/of domme moppen te tappen en idiote stoere verhalen op te dissen (waarvan ik doorgaans dubbel lag van het lachen) dan werd er meteen “SSSSST, houd je kop!” gesist wanneer het beeldschone medestudentje binnen gehoorafstand kwam. Stel je voor dat ze iets opving, ze mocht geen slechte indruk van hen krijgen! Ze wilden allemaal een uitstekende indruk op haar achterlaten, dat was heel belangrijk. Mij daarentegen vroegen ze doodleuk waarom ik niet tijdens de diensttijd mijn rijbewijs had kunnen halen. (Noot: die was er toen nog niet voor meisjes en ja, zo lang is dat dus al geleden). Kennelijk was ik een van de jongens.

Het was pas in de hiërarchische omgeving van werk, geld en macht dat ik ontdekte hoe mannen met seks je kunnen vernederen, maken en breken. Vooral dat laatste. Ik hoop dat als alle consternatie rond de “Weinsteinkwestie” wat gezakt is er een collectief inzicht kan opstaan dat je niet alle mannen over een kam kunt scheren (dat is discriminatie op geslacht!) en dat je veel beter dan nu gebeurt in de gaten moet houden hoe personen met macht zich ontwikkelen. Dus dat je, kort gezegd, als overheid of ander toezicht houdend orgaan, extra alert bent op seks als machtswapen. Want in alle vreselijke verhalen die nu boven komen lijkt het dat veel te grote ego’s en machtswelllust nog steeds ongehinderd uitgeleefd kunnen worden; daar moeten we iets adequaters tegen gaan bedenken. Laten we daarbij de nuance aanbrengen dat niet alle mannen hetzelfde zijn. Net zo min als dat alle blanken racisten zijn of alle zwarten slachtoffers. Wat niets afdoet aan het leed dat erg veel individuen zo veel andere individuen aandoen. Hoe gaan we daar voortaan op een menswaardiger manier mee om? Want zoals we het nu doen werkt het niet.

43. Leren of vegeteren?

‘Ik zeg maar zo: ik zeg maar niets! Ik ben niet gek, ik ben een fiets!’ Met de pepernoten alweer in het schap - wat toch altijd weer bloed irritant dat van een op zichzelf aardige traditie weer een melkkoe moet worden gemaakt - raak ik zowaar in de dichtmodus. Dat is me nog nooit eerder gebeurd! De verplichte rijmelarij die in december altijd weer toeslaat (als je kinderen hebt, ze hoeven niet eens jong meer te zijn) heeft mij nooit geraakt. Tot nu dan. Ik ben momenteel slachtoffer van een nostalgische fase en moet steeds denken aan uitspraken die ik met medestudenten vaak bezigde; van die uitspraken die overal en nergens op van toepassing zijn en die je dus altijd kunt gebruiken. En je omgeving snapt je gewoon! (Denk je dan.)

Maar het decemberiaanse gerijmel, dat altijd nog beter is dan die zogenaamde gedichten waar niet eens rijm meer in zit - dat zijn teksten die gewoon slecht geschreven zijn - heeft me altijd tegen de borst gestuit. En niet eens omdat ik rijmen niet leuk vind, maar omdat het moet. Altijd weer die dwang. Die vergalt alles wat leuk is. En dat is precies wat er mis is met ons hedendaagse onderwijs.

Toen ik zelf nog in de schoolbanken zat was ik een meester in mijn snor drukken als het om die verplichte ‘tussenproeven-van-bekwaamheden’ ging. Tegenwoordig zou ik daar niet meer mee weg komen, ons onderwijs zit van klas 1 t/m 6 zo dichtgetimmerd met controlerende toetsjes, schriftelijk en mondeling, dat je als leerling gedwongen wordt om tussentijds te leren. Terwijl ik bij voorbeeld het altijd veel fijner vond om eerst de hele stof van een proefwerk voorbij te zien komen voordat ik echt begon met leren. Ik vegeteerde dan zogezegd, onderuit gezakt in mijn stoel, de uitleg van de docent kritisch - dus niet altijd per se stil - volgend en aantekeningen makend, maar er ook direct opgaven over maken lukte niet (daar had ik eerst nog inzinktijd voor nodig). Mijn aantekeningen waren achteraf gezien ware kunstwerken. Ik schreef van links naar rechts en weer terug, pijlen en bijschriften die alles verbonden, grote en kleine letters gebruikend want dat gaf dan een relatief of absoluut belang weer. Niemand die mij ooit vroeg om mijn aantekeningen te mogen gebruiken als die een les had gemist; er was voor een ander toch niet uit wijs te worden! Maar ik zag in een oogopslag weer het hele verhaal van die les. Zo praktisch. 

Die bovenmatige dwang die tot leren zou moeten leiden, waarom doen we dat tegenwoordig zo? Omdat de docent van nu verantwoordelijk is voor de resultaten van leerlingen. Zo bizar zijn we nu bezig.

 

42. Wablief?

Vergelijk eens de uitspraak: “Als u iets uitlegt denkt u altijd dat wij alles snappen wat u zegt maar niemand volgt er ook maar iets van” met “Ik ben een jaar niet op school geweest en daarom heb ik de hele derde klas geen natuurkunde gehad, dus weet ik niet wat u met sommige begrippen op het bord bedoelt!”. Het lijken twee verschillende uitspraken, maar het gaat hier om dezelfde leerling die het eerste zegt, maar na mijn doorvragen het tweede blijkt te bedoelen. Als regel vertaal ik in mijn gesprekken met leerlingen bepaalde woorden direct: “iedereen” betekent eigenlijk “ik”, “nooit” betekent “nu even niet” en “ik snap er niets van” zegt eigenlijk “nu loopt alles door elkaar heen”, ofwel er is sprake van een overload aan informatie waardoor de stoppen in het hoofd tijdelijk even doorslaan. Als docent moet je de kunst verstaan om uit de uitspraken van leerlingen de werkelijke hulpvraag te destilleren voordat je de vereiste hulp kunt bieden.

Maar omgekeerd werkt het ook zo. Als ik zeg: “maak even af wat je aan het doen bent, pak dan je spullen in en wacht tot de bel gaat met weglopen” komt bij velen binnen als: “klaar voor de start: REN”. Ze pikken uit wat ik zeg de boodschap die ofwel het duidelijkst is, of hen het beste uitkomt. Met leidinggevenden moet je ook oppassen met wat je zegt, die kunnen eveneens heel apart reageren. Bij voorbeeld die ene in dat bedrijf die met de afdeling iets besprak over werktijd en vrije tijd, waarbij ik even een balletje opgooide: “…of zwangerschapsverlof opnemen!” en hij reageerde met: “ROT OP!” Het was grappig bedoeld, zo’n jonge manager die graag popi was, maar zelfs dan blijft het toch een vreemde reactie. Ik was niet zwanger, het overleg ging door en er is verder geen gevolg op geweest, maar dit was wel representatief voor hoe er over welke onderbreking van de werktijden dan ook wordt gedacht. Maar ook complimenten kunnen hard binnen komen. Een andere mannelijke leidinggevende zei eens, met de beste bedoelingen, tegen me: “Jij bent zo lekker goedkoop”. Dat klopte wel, ik werd zwaar onderbetaald, zoals ik achteraf ontdekte. Iemand op de financiële administratie werd heel boos op het bedrijf, nam ontslag en liet vlak voor het definitieve vertrek nog even, geheel per ongeluk natuurlijk, de salarisstroken van alle medewerkers, laag en hoog, in een pakket naar alle medewerkers sturen. Dat kreeg nog wel een staartje.

De kwestie is nu: als communicatie zo makkelijk mis gaat kan het alleen goed gaan als we uitgaan van goede bedoelingen en er vertrouwen is tussen de spreker en de ontvanger van de boodschap. Zodra dat vertrouwen er niet is kan elke boodschap negatief geïnterpreteerd worden en heb je de poppen weer aan het dansen. Laat iedereen bij iedere opmerking die verkeerd valt eerst eens denken: “hoe kan dit bedoeld zijn” voordat we gevolg geven aan de verkeerde conclusies en nog meer problemen creëren. Maar dan moet je wel echt naar elkaar luisteren. Alleen, willen we dat ook?

41. Je zal maar introvert zijn!

Als ik zou zeggen: ik heb een kas nodig en daarin ga ik links cactussen kweken en rechts waterlelies dan verklaart iedereen mij, terecht!, voor gek; daar heb je twee kassen voor nodig want de twee plantensoorten vereisen omgevingen die elkaar uitsluiten. Dat doe je niet in een ruimte. In het onderwijs proberen we dat wel: kinderen met een grote aandachtsvraag en die extreem veel begeleiding nodig hebben worden in klassen geplaatst bij tientallen andere kinderen die sneller, luidruchtiger enz. leren en weer een ander soort aandacht en begeleiding nodig hebben. Moet kunnen, want de minderheid trekt zich, volgens onze hedendaagse captains of onderwijs, so to speak, op aan de meerderheid; wie niet goed mee kan komen trekt zich op aan het in de klas dominerende niveau. Dat bepaalde leerlingen, die ondanks hun leerbeperkingen wel sociaal bijzonder sterk zijn en in de achtergrond soms het complete groepsproces negatief beïnvloeden - waardoor de sterkere zich moet aanpassen aan de zwakkere en het gemiddelde klasniveau dus omlaag gaat - bestaat officieel niet. Maar in de praktijk kun je daar als docent wel tegenaan lopen. Ik merk zelf dat het bij de ene school meer speelt dan bij de andere en dat schooltype (onderwijsniveau) van invloed is - mavo! - en zowel docenten als hele klassen kunnen hier flink door verzwakken. Deze constructies zijn ooit voortgekomen uit bezuinigingen en recht gepraat met zogenaamd onderwijskundig onderlegde non-argumenten, maar inmiddels weten we niet beter meer.

Ondertussen zitten we met scholen die allemaal wel aan dezelfde examennormen moeten voldoen - logisch, je wil een objectieve maatstaf hebben - maar die verder eigen invulling geven aan hoe ze het leerproces vorm geven door een eigen leerindentiteit te creëren, denk aan sport- en cultuurklassen. Dat kwam voor mijn idee meer voort uit de dwang vanuit de overheid om als “bedrijf” je eigen leerlingen te werven met vernieuwende, leuke en onderscheidende klassen, want anders had je als school al snel geen bestaansrecht meer. En veel minder omdat leerlingen dan beter leren, dat is een bonus op de resultatenafrekening. Daarom vraag ik mij af waarom er geen school is voor kinderen die gebaat zijn bij rust, weinig prikkels en ruimte om de diepte in te gaan met hun leerstof. Dat laatste wordt al door sommige scholen gefaciliteerd met projectonderwijs, maar ook zij zitten klem in die dwang dat leerlingen nu eenmaal allemaal behoefte zouden hebben aan extreem veel structuur met kleine porties stof waar leerlingen onder dwang de aanpak van de docent moeten volgen, ook als ze daar totaal niet bij gebaat zijn. Denk aan de vwo-er die van alle kanten naar een probleemstelling wil kijken maar dat niet mag want de docent kan dat niet aan.

Christiaan van Os beschrijft op zijn website Onderwijslessen het verschil tussen de introverte en de extraverte leerling. Ons hedendaagse onderwijs is behoorlijk goed ingericht op de extraverte leerling: heel veel structuur in de leeromgeving, heel kleine hapklare porties, een uitgestippelde consumeerlijn en extreem veel herhaling. Een school die grotendeels op deze manier van leren is ingesteld is zeer aantrekkelijk voor extraverte docenten en leerlingen maar een totale no-go-area voor de introverte leerling, die wordt compleet gek van al die afwisseling, dwang, onderbrekingen van concentratie en het niet mogen associëren en doordenken op de aangeboden stof. Wee degene die zijn eigen gang wil gaan, dat is vloeken in de kerk. Maar zoals de afwezigheid van dwang bij leren funest is voor de extraverte leerling is de aanwezigheid van dwang voor de introverte leerling rampzalig. Die gedijt daar helemaal niet bij. Die heeft behoefte aan meer concentratie, minder onderbrekingen, veeeeel minder herhaling en afwezigheid van betutteling op hoe je de dingen moet doen en leren.

Wie de aanwezigheid van introverte leerlingen ontkent doet hem geweldig onrecht en breekt die zelfs af. Iedereen zal uiteindelijk, als je het maar vaak genoeg hoort, gaan geloven dat jij de  sukkel bent wanneer je afwijkt van anderen en in hun systeem niet kunt meekomen omdat je je aard niet kunt veranderen. We zijn, voor de wet althans, al zo ver dat we homofilie nu zien als de “aard van het beestje” en niet als iets dat je “aanleert” of “opdoet”. Hetzelfde geldt voor het soort hersens dat je hebt in het onderwijs: we houden niet allemaal van herrie en ruis, constante afwisseling, dwang bij wat en hoe te leren en welke stapjes je moet nemen, altijd in alles samen te moeten werken, enz. Wanneer gaan we in onderwijsland accepteren dat er meer onder de zon is en dat je je eigen hersens niet kunt - maar ook niet wilt! - veranderen op straffe van uitstoting en kortwieken van de persoonlijkheid? Alsof je alleen maar van waarde bent danwel kunt worden als je lekker mee schreeuwt met de meute en dezelfde extreme behoefte hebt aan constant geprikkeld te worden.

Lees alsjeblieft Christiaan van Os’ betoog over de introverte leerling (https://www.onderwijslessen.nl/didactiek/differentiatie/een-introverte-leerling-is-een-cadeau/)!

Alvast bedankt.

40. nietmijnregister.nl Teken nu!

Die zal het wel weten...

Toen mijn kinderen nog op de basisschool zaten kreeg ik voortdurend verzoeken om de helpende hand te bieden bij de dagelijkse rompslomp. Welke ouder wilde komen helpen om het speelgoed een goede wasbeurt te geven? Wie wilde even een dag of twee de muren komen verven want dat was al dertig jaar niet meer gebeurd? Wie wil meewerken bij de boekenuitleen, overblijfouder zijn enz. En los van al die taken werd je als ouder ook nog eens regelmatig uitgenodigd voor, bij voorbeeld, het wekelijkse koffie-uurtje om mee te praten over het reilen en zeilen in de klas of om een avondje langs te komen om liedjes te (leren) zingen want dat werd thuis kennelijk niet meer genoeg gedaan. Toen ik vertelde dat mijn kinderen mij juist expliciet hadden verzocht om niet meer hardop te zingen werd daar niets mee gedaan, voor dit zijspoor hadden ze geen scenario anders dan: toch blijven doen, hoor! En dat ik elke week wel een keer voor of na de lessen de klas in moest komen om tekeningen en andere werkjes te komen bewonderen. Het ging maar door en op de dag dat mijn jongste definitief en officieel uit het basisonderwijs gegroeid was heb ik uit pure vreugde en opluchting een (mentale) radslag gemaakt. Eindelijk!

De reden voor dit betrekken van ouders bij de scholen, zo begreep ik indertijd, had te maken met het helpen van kinderen die thuis te weinig steun en stimulans kregen om zich voldoende te ontwikkelen en achter bleven op hun leeftijdgenootjes. De ouders dienden zich ook in te lezen en te leven in wat op school gebeurde zodat zij thuis verder konden met de onderdelen van het curriculum waar het kroost minder sterk in was. Met man en macht zijn de tegenstribbelende ouders de school in gesleurd en medeverantwoordelijk gemaakt voor alles wat daar gebeurt. Is het dan zo vreemd dat zij mondig worden, eisen gaan stellen en in de volgende school ook denken te moeten meebeslissen?

Het probleem zit volgens mij in de afwezigheid van een scheiding tussen enerzijds betrokken zijn bij de ontwikkeling van je kind - omdat die af en toe een moreel zetje nodig heeft om alles vol te kunnen houden - en anderzijds meebeslissen over dingen waar je als ouder het verstand, de ervaring, scholing en/of bevoegdheid voor mist. Het dagelijkse leven is in de afgelopen jaren doortrokken geraakt van roepen om ieders mening over alles. En als je om iemands mening vraagt, maar daar verder niets mee doet, dan krijg je boze reacties. Waarom vraag je me dit als je mijn antwoord toch niet de doorslag laat geven? Leg dan maar eens uit dat je naar het grotere plaatje moet kijken. Maar we, onderwijsprofessionals, hebben feitelijk zelf afstand gedaan van onze autoriteit op basis van scholing en ervaring, want de stem van de leek mag en moet tegenwoordig zelfs even hard meebeslissen.

Dus toen ik in de bijlage van Trouw op 2-9-‘17 in Een daverend succes, die hbs het afgedrukte bordje met de tekst: ‘hoofd en personeel van deze school zijn tijdens de lesuren niet te spreken’ zag staan, dacht ik meteen: terug met die grenzen, letterlijk en figuurlijk, tussen professional en dienstafnemer (en niet: “KLANT”!) want de professional heeft er voor geleerd, op gestudeerd en er duizenden uren aan besteed om uit te zoeken wat het beste is. De inbreng van ouders is onmisbaar als het gaat om het kind beter te duiden en daar wil ik niets aan afdoen, maar laat ieder dat doen waar hij het meest van weet in plaats van te doen alsof iedereen maar over alles mee moet kunnen beslissen, ongeacht of je er iets zinnigs over kunt zeggen. En de eerste stap daarbij is: weg met het lerarenregister, want daarmee kunnen ouders nog meer invloed op ons werk uitoefenen. Of laat ze het anders lekker zelf doen!