85. Statistiek versus gezond verstand

Meeeeeeh, ik wil geen regering die de gezondheid van de mensen boven de economie stelt! Boeoeoeoeooeoeh, ik wil geen regering die in een totaal nieuwe situatie zich bij zijn maatregelen baseert op de laatste wetenschappelijke inzichten, maar liever eentje die ongeduldig en impulsief reageert, dan kunnen we nu doorgaan met ons geld verdienen en gaan we straks de complete advocatuur op ze afsturen omdat ze mensenlevens ondergeschikt hebben gesteld aan de economie! Wat slecht!

En als we die anderhalve meterregel toch al schenden in winkels en op straat dan kunnen we dat best overal doen. Want de mededeling dat je de blootstelling zo laag mogelijk moet houden snappen we niet. Als je je een keer bloot stelt aan de kans op besmetting en het gaat gelukkig goed mag jij de conclusie trekken dat je voortaan altijd en overal de besmetting mag opzoeken. Zo zitten we in elkaar. We kunnen in het dagelijks leven niets met statistieken, maar ze zijn helaas onmisbaar bij beleid voor grote groepen, de grote aantallen en wanneer er gegist moet worden wat wijsheid is.

Ik zou eigenlijk in dezelfde lijn door willen denken: die mensen die stiekem toch in te grote groepen dat verzorgingshuis in gingen om hun familie te bezoeken, die mensen hebben het coronavirus daar binnen gebracht en daarmee ziekte en dood veroorzaakt. Waarom wordt dat hoegenaamd niet genoemd in de media? Waarom wordt het onverantwoorde gedrag van zoveel individuen niet met chocoladeletters meegedeeld, zodat voor iedereen duidelijk is dat al die faillissementen en doden door eenzaamheid het gevolg zijn van het gedrag van zeer veel individuen die zich aan de maatregelen onttrekken. Die met hun onverantwoorde gedrag ervoor zorgen dat de maatregelen strenger en langer moeten worden ingezet omdat ze ondermijnd worden. Door ons.

Daarom pleit ik voor meer statistiek in het onderwijs, zodat iedere leerling op elk niveau leert hoe je statistiek moet lezen en gebruiken. Voor mijn part leren ze alleen hoe je het interpreteren moet, wat de uitkomsten ons vertellen en dat je er context bij moet zoeken. De Nederlander van 2020 is statistisch analfabeet en dat maakt het onmogelijk om die tegen zichzelf te beschermen. Niet de impact van je gedrag kunnen overzien maar wel de macht en middelen hebben om je eigen bescherming om zeep te helpen; is er dan nog een andere oplossing dan: loop maar tegen die muur op en we spreken elkaar wel weer als het te laat is? Moet het echt zo ver komen?

Willemijn Reinsma

Docent natuurkunde en werktuigbouwkundig ingenieur

Liefhebber van lezen, schrijven, zingen en PD

 

willemijnr@me.com

 

www.willemijnr.nl

84. Niets is informatie

Na een weekje rust - telefoon en laptop houden zich eindelijk enigszins koest - zit ik argeloos mijn zaterdagkrantje uit te spellen, als ik emotioneel onvoorbereid het stukje van Jan Beuving (Je kunt stilte niet horen, maar spreken kan zij wel, Trouw 2 mei ’20) begin te lezen. Stilte als afwezigheid van geluid lijkt op kou als afwezigheid van warmte. En wie tijdens de natuurkundelessen heeft opgelet weet dat warmte een vorm van energie is, dat het straling is met de naam IR; infrarood, dus de frequenties die je naast het zichtbare rood vindt in het elektromagnetische stralingsspectrum; transversale golven die zonder medium kunnen reizen. Maar vergelijk stilte nu eens met kou: dat is de afwezigheid van warmte, dus de afwezigheid van energie, de afwezigheid van straling maar ook van beweging, als je richting het absolute nulpunt gaat denken. En ook: zwart is de afwezigheid van licht; het ziet er zwart uit want licht bereikt je ogen niet vanaf die plek.

Op school heb ik geleerd: zien doe je niet met je ogen, maar met je hersenen. Je ogen zijn in wezen het meetinstrument en je hersenen vertalen het opgevangen signaal (het door iets weerkaatste licht) naar het plaatje dat jij “ziet”. In de hersenen vindt dus een vertaalslag plaats. Bij geluid heb je te maken met longitudinale golven, die kunnen omgezet worden in elektrische signalen en weer terug, dat is de werking van de luidspreker. Maar als je trommelvlies dat longitudinale signaal omzet naar een transversaal signaal maken je hersenen daar ook een “plaatje” van: nu hoor je iets. En dus hoor je niets als er geen signaal is. Maar dat gaat dan weer niet op voor fantoompijn: pijn in een lichaamsdeel dat je niet meer hebt, wat veroorzaakt dan wel dat pijnsignaal? Het is er niet, maar je registreert het wel. Kan geluid, zoals wij dat ervaren, iets zijn dat alleen in onze hersenen bestaat, net zoals wij kleuren registreren die eigenlijk niet meer zijn dan de detectie van een specifieke frequentie van een transversale golf op ons netvlies? Hersenspinsels dus? Nog meer verwarring in toch al zo verwarrende tijden.

Jan merkt op dat je stilte hoort als er eerst geluid was. Je registreert dus eigenlijk dat je geluid verwachtte te horen, maar het komt niet meer, dus opletten. Ik denk (of eigenlijk doet de biologie dat?) dat dat komt doordat we alert  worden door een verandering in onze omgeving, zoals we vanuit de oertijd hebben geleerd een beweging te registreren want dat kan duiden op een roofdier of prooi (gaan we zo opgegeten worden of kunnen we vanavond zelf eten). Dus is het registreren van “niets” belangrijk, het is informatie (een nul in plaats van een 1 in computertaal) waar we afhankelijk van zijn. Maar daar ging het toch niet over?

Even een stukje over stilte lezen en vervolgens in opperste staat van verwarring achterblijven, dat zie je toch niet aankomen? Bedankt Jan, volgende keer weer zo eentje, graag!

 

83. CoKodag in Ganzenstad

Ganzen in Ganzenstad

Overmorgen vieren we de eerste CoronaKoningsdag in de geschiedenis van de mensheid. Het zal de leukste Koningsdag ooit worden, dat is nu al duidelijk. Volgens Trouw van 25 april ’20 kan je dan - bij voorbeeld - online meedoen aan een bieryogasessie (Kim Borgonjes van studentenvereniging Twist uit Groningen houdt een online biersessie, pagina 8). Nu heb ik toevallig een ontzettende afkeer van die typische biersmaak, daarom heb ik de Ganzenstadse variant geïntroduceerd: koffie-yoga. Die is niet online, want je kan ook prima met je fantasie je voorstellen hoe iedere deelnemer een kopje koffie neemt, dan drie keer stretcht, weer een kopje koffie neemt, vijf keer diep in- en uitademt, weer een kopje koffie neemt, twee of drie keer een sit-up doet (meer is niet nodig, we trainen niet voor de Olympische Spelen), afijn de rest is wel duidelijk denk ik.

Koningsdag is dit jaar goed getimed: ik tel momenteel mijn zegeningen in deze uitzonderlijke omstandigheden, dus tijd voor een feestje! Als je merkt dat je je privé-leven, je sporten, je contacten met familie en vrienden, leerlingen en collega’s, buren en oppervlakkige kennissen mist wordt het tijd om je te richten op het nut, het waarom van al dat afzien. En dan zijn er een paar zaken waar ik wel blij van word. Ten eerste de schonere lucht, ik kan veel beter en meer lucht inademen, dat is letterlijk een verademing. Verder is de rust op straat een zegening: minder irritaties en meer vriendelijkheid tussen de mensen. En nu het dan ook nog vakantie is hoef ik even niet meer al die digitale informatiekanalen in de gaten te houden: ik begin me een logistiek wonder te voelen als ik ga tellen welke emailpostbussen en websites ik allemaal gebruik om te communiceren, les te geven, te overleggen, vriendschappen te onderhouden, enz. Even met alles pas op de plaats. Blijft het zeurende gevoel van niet even een cappuccino op een terrasje kunnen drinken met vrienden, niet meer uit eten of naar het strand, niet meer dansen en zingen in groepsverband. Voor een loner ben ik toch wel erg gehecht aan gezelschap, en zelfs dat van veel mensen (af en toe dan, niet overdrijven).

Lesgeven op afstand voelt - voor mij - zeer tegennatuurlijk. Ik kan niet meer zien hoe wat ik vertel wordt opgenomen. Ik zie niet of ik te snel of te langzaam ga, te grote denkstappen neem of te veel voorbeelden geef. En dan de toetsen op afstand, wat een onderneming! Om ook hier niet in te blijven hangen ga ik me dan voorstellen hoe voor mij de ideale toekomst er uit zou kunnen zien: klassen van 15 leerlingen (een leerling per twee tafels, die tafels waren in hun eentje toch al te klein), en korte lessen die instructies, algemene mededelingen en uitleg bevatten. ’s Morgens het gemeenschappelijke deel, ’s middags zelf de verwerking van de theorie laten doen middels zelfstandig opdrachten uitvoeren (met daarbij online ondersteuning van een vakdocent).

Want als ik goed naar de signalen luister krijg ik meer dan ooit het gevoel dat een hardnekkige misconceptie over onderwijs nog altijd fier overeind staat: dat wij lesgevers vooral aan het oppassen, bezighouden, entertainen en opvoeden zijn. Nu dan geconstateerd is dat ouders iets te licht hebben gedacht over werken en lesgeven tegelijk ben ik bang dat onderwijs meer dan ooit van zijn onderwijzende taak afdrijft: ons belang ligt vooral op die eerder genoemde vlakken. Gaan we straks weer terug naar die reuze efficiënte kippenhoksituatie? Dus ik vraag me af: gaan we verder in het spoor van bezigheidstherapie, kinderen van de straat houden, ook de vrije tijd volledig dicht plannen (van leerling en docent) en daarnaast ook nog de lessen overnemen van de collega’s die we te kort komen? Of gaan we ons eindelijk focussen op optimale omstandigheden om te kunnen leren, waarbij de gezondheid minimale risico’s loopt?

82. En toen werd alles beter, toch nog

Al drie weken kijk ik verbijsterd naar de verandering die mijn en onze wereld heeft ondergaan. De rust - en bijbehorende verveling - die de herinnering aan mijn jeugd kenmerkt zijn ineens weer actueel. Trouw meldde zelfs een stijging van de populariteit van jeugdboeken: lezen bij de jeugd is weer terug van zeer lang weggeweest! Alsof ik terug ben in het verleden.

Het hele land is zwaar aan het afkicken; niet meer naar het park of strand, niet meer naar Ikea of een festival, niet meer naar de in verzorgingshuizen verblijvende familieleden die hun bezoekers zo hard nodig hebben, niet meer met z’n allen over die snelweg scheuren en winkelen is ook al niet leuk meer. Wat een zware prijs is dat voor het hele kleine lichtpuntje dat deze coronacrisis ook heeft opgeleverd: het besef bij leerlingen dat zelf plannen heel erg fijn is en veel kan opleveren. Dat je niet meer gedwongen een uur aan Duits en een uur aan scheikunde zit, maar een half uur aan het ene en anderhalf uur aan het andere vak omdat dat beter aansluit bij wat je nodig hebt. Dat je kan kiezen naar gelang je vermogen je te concentreren of de interesse die je voor iets (niet) voelt. En dat je concentratie, die flow waar je na diep nadenken in terecht kunt komen, niet wordt onderbroken door dat vaste ritme waarin alles al is ingedeeld en je alleen nog maar kunt volgen en uitvoeren. Op commando zin hebben in grammatica of kernreacties, terwijl je net creatief hebt lopen nadenken over dat ontwerp voor CKV, dat nu dus niet af is maar dat geweldige idee dat je op de trap kreeg om het een topprestatie te maken ben je wel straks kwijt.

In discussies over onderwijs en geluiden uit de overheid klinkt, als je goed luistert, door dat emotionele groei en het vermogen om te leren, creativiteit ontwikkelen en uithoudingsvermogen - ook op geestelijk vlak - belangrijke doelen worden gevonden. Maar dat bereik je toch alleen door dat tijd te gunnen en niet voortdurend dat proces te onderbreken? In het technasiumonderwijs is bewust tijd gecreëerd om langer diep en ononderbroken met een onderwerp bezig te kunnen zijn. Andere scholen creëerden projecten waarin je langer op hetzelfde onderwerp kunt doorstuderen. Projecten van talenvakken, zoals taaldorp, zijn bewust veel langer dan een lesuur zodat je ondergedompeld kunt worden in de taal met zijn cultuur. Maar wat is de overheersende mores in onderwijsland, zoals Nederland dat heeft geregeld? Elk uur iets anders, alles versnipperd, alles even belangrijk, maar geen rust en tijd om de tijd te nemen. Omdat er zoveel moet en wat er moet moet zo efficiënt mogelijk gebeuren. Anders is het te duur. Dus gaan we straks vrolijk verder met ophokken van klassen die niet te klein mogen zijn en verplicht zoveel uur zittijd per jaar moeten registreren. En dan een onderwijsinspectie er overheen laten gaan die vervolgens constateert dat de leerlingen niet geïnspireerd zijn. Gek he.

81. Je gaat het pas zien als je het door hebt (Johan Cruijff)

De Engelse filosoof, wiskundige en Nobelprijswinnaar (1950) Bertrand Russell verwoordt het kernachtig: “Voor de een is wetenschap een verheven godin, voor de ander is het een koe die hem van boter voorziet.” Alleen wordt de moderne boer momenteel juist door de wetenschap van boter beroofd. Ik denk dat de voortdurend wisselende regelgeving van de afgelopen jaren, die boeren dwong om te investeren en produceren zoals ze nu doen, er debet aan is dat boeren als verweer tegen hun noodlot zelf maar “feiten” zijn gaan produceren als tegenwicht, hopend dat ze zo in hun boter kunnen blijven voorzien met behulp van diezelfde wetenschap. Nepfeiten (het is allemaal niet echt verifieerbaar) mag je wetenschap noemen, want in oorlog en liefde is alles geoorloofd en dit is een soort van oorlog. Kennelijk. Want het is beslist geen liefde. Fight fire with fire! (Vrij vertaald: bestrijd met gelijke wapens.) Waarvan acte.

Gelukkig hebben VVD en CDA goed naar Rudolf von Jhering (Duits jurist, 1818-1892) geluisterd: “De wetgever moet denken als een filosoof, maar praten als een boer.”, zo blijkt uit het artikel Rijksrekenmeesters krijgen concurrentie van de lobbyist in Trouw van zaterdag 22 februari 2020. Deze partijen willen de stikstofberekeningen van het Mesdag Zuivelfonds serieus nemen. Mag ik het zeer goed bedoelde, doch ook zeer dringende advies meegeven: eerst zorgvuldig bestuderen en narekenen voordat je uitspraken gaat doen? De cijfers van het RIVM zijn op een beproefde wetenschappelijke (en dus objectieve) manier tot stand gekomen. Daarbij geldt de kanttekening dat die zorgvuldig en onpartijdig verkregen gegevens altijd door nieuwe kennis kan worden aangevuld en bijgesteld. Maar dat moet dan wel op dezelfde zorgvuldige en onpartijdige manier zijn gedaan. Het stuk waar de boeren mee aankomen is wel erg plotseling verschenen en mist kennelijk (volgens diverse berichten in dezelfde krant) onderbouwing (en dus transparantie en objectiviteit).

Nu ben ik heel blij dat we nu een actie van de boeren krijgen die, na enig toekomstig bijschaven van de methode, zich leent voor hoor en wederhoor. Dan kunnen we de acties Deuren-inrijden en Met-tractoren-Den Haag-bezetten voortaan parkeren bij Defensie. Die hebben na de bezuinigingen op ongeveer al hun materieel wel behoefte aan wat aanvullende spierkracht.

Verder stel ik voor dat Den Haag de tractoren krijgt van de boeren die zijn uitgekocht. Daarmee kunnen ze de afspraken rond de vreugdevuren ten minste gaan handhaven. Dat zal wel nodig worden nu de nieuwe burgemeester met dit charme-offensief zichzelf meteen goed wil neerzetten. De boeren die het stuk van het Mesdag Zuivelfonds hebben geproduceerd moeten we beslist inlijven in een officieel erkend soort van adviesbureau dat de belangen van gedupeerden behartigt en hun argumenten meeneemt in de gesprekken met de wetgevers. Dan heb je een democratisch en eerlijk proces dat niet achteraf allemaal financiële doekjes voor het bloeden nodig zal hebben, zie de gaswinningen in Groningen, misstanden in pleegtehuizen, enz.

De ergste onwetendheid is die, welke voortkomt uit een beetje wetenschap (Lucien Arréat, Franse schrijver en psycholoog, 1841-1922).

80. Perspectief als een kwestie van snelheid

Een van onze beste tradities is, volgens mij, toch wel het goede voornemenscircus na iedere jaarwisseling. Maar omdat we ook af en toe met onze tijd mee moeten heb ik voor de verandering eens niet een lijstje gemaakt met goede voornemens waar ik me aan ga houden, maar het bedrijfsleven. Bedoeld als steuntje in de rug, want wie het beste met iedereen voor heeft kan daar wel wat hulp bij gebruiken.

Als eerste is daar mijn persoonlijke irritatiefactor: ongeadresseerde reclame die officieel niet mag maar waar de afzender een mooie oplossing voor heeft bedacht: “aan de bewoners van” en dan volgen je adresgegevens. Ik stuur het tegenwoordig per omgaande retour afzender, dan moet die nog een keer port betalen. Dat is ook meteen goed voor postnl. Maar nu voornemen 1: vanaf heden wordt er geen reclame meer verstuurd, want dat zet ook aan tot consumptie (had je het niet gezien zou je het ook niet aangeschaft hebben) en die moet juist minder, niet meer. Als tweede voornemen is daar het afschaffen van roltrappen die omlaag gaan, het niet meer leveren van draaideuren, elektrische “leukigheidjes” zoals lampjes op kinderschoenen (die gaan flikkeren als je loopt) en al die andere onzin waar we uitstekend zonder kunnen.

Maar dat voornemen drie zowaar gelukt is: de maximum snelheid terugbrengen van 120/130 naar 100 km/h vind ik bijzonder knap, ik had er een hard hoofd in dat die erdoor zou komen. Ook al is het de makkelijkste en zijn er ook nog die nevenvoordelen zoals minder ongelukken en minder fileleed. Maar dat het een emotioneel zware beslissing was daar zijn we het wel over eens.

Dat die afschaffing van hoge snelheid zo’n emotioneel gebeuren is zegt mij dat het ons in de ziel heeft geraakt. En dat is mooi, omdat de natuur voor snelheid ook een zeer belangrijke rol heeft weggelegd; als jij met extreem grote snelheid een andere waarnemer observeert hangt het van jouw snelheid - ten opzichte van die ander - af hoe kort de ruimte en hoe lang de tijdsduur is die je ziet. Snelheid bepaalt hier ons wereldbeeld! Maar ook dat we een heelal zien dat vervormd is - denk aan zes of twaalf keer dezelfde sterrencluster rondom een grote massa, pure zinsbegoocheling als je het mij vraagt - omdat ruimte en tijd zich moeten conformeren aan die ene snelheid aller snelheden: de lichtsnelheid!

Niet alleen ruimte en tijd (eigenlijk gezamenlijk een ding) maar ook ons welbevinden is afhankelijk van snelheid! Laten we proosten op de ontknopingen die de wetenschappen dit jaar voor ons in petto hebben, die zullen niet mals zijn. Gelukkig nieuwjaar!